Wanneer mogen nabestaanden het medisch dossier inzien?

Een zorgverlener heeft een geheimhoudingsplicht ten aanzien van patiëntengegevens. Er bestaat echter een aantal gronden op basis waarvan deze plicht doorbroken mag worden. Zo hebben anderen recht op inzage in geval van toestemming van de patiënt. Daarnaast volgen uit de rechtspraak de gronden ‘veronderstelde toestemming’ en ‘het zwaarwegend belang van de nabestaande’. Deze gronden moeten met concrete aanwijzingen aannemelijk worden gemaakt: een lastige opgave blijkt in de praktijk. Nieuwe wetgeving moet meer duidelijkheid geven. Per 1 januari 2020 dient de zorgverlener, indien gevraagd, inzage te geven in geval van:

1. Toestemming van de patiënt

De patiënt dient deze toestemming (betreffende de persoon die het inzagerecht ontvangt) schriftelijk of elektronisch te hebben vastgelegd.

2. Mededeling van een incident op grond van artikel 10 lid 3 Wkkgz

Het inzagerecht geeft in dit geval nabestaanden en zorgverleners de mogelijkheid een klacht of een vermoeden van een fout op basis van de feitelijke informatie te bespreken.

3. Zwaarwegend belang van een persoon

Hiervan kan sprake zijn indien een rechtshandeling ter discussie staat. Bijvoorbeeld indien kinderen van de nabestaande willen nagaan of de ouder wilsbekwaam was bij wijziging van het testament.

In alle gevallen mag alleen inzage gegeven worden in de medische gegevens die nodig zijn voor het doel van inzage. Daarnaast is het mogelijk dat de patiënt heeft vastgelegd dat niemand zijn medisch dossier mag inzien: inzage is dan ook niet mogelijk op basis van de genoemde gronden.

Heeft u vragen over het inzagerecht of ander juridische kwesties in de gezondheidszorg? Neem gerust vrijblijvend contact op.